Einde inhoudsopgave
RvdW 1986, 197
HR, 28-11-1986, nr. 12773
HR 28-11-1986, ECLI:NL:PHR:1986:AC9606
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
28 november 1986
- Magistraten
Martens, Haak, Roelvink
- Zaaknummer
12773
- LJN
AC9606
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1986:AC9606, Uitspraak, Hoge Raad, 28‑11‑1986
ECLI:NL:PHR:1986:AC9606, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 28‑11‑1986
- Wetingang
BW art. 1401; BW art. 1403; Rv art. 59 lid 1 onder 3°
Essentie
Onrechtmatige daad.
Samenvatting
Aanrijding op fietspad tussen 5 1/2-jarig kind en fietser, die daardoor letsel oploopt. Schuld van het kind; eigen schuld van de fietser? Rol van stelling van eiser pro se (over zijn aansprakelijkheid ex art. 1403 BW wegens onvoldoende toezicht) voor zijn aansprakelijkheid q.q. Motivering.
Partij(en)
Egon Paul Hynnen, pro se en q.q., te Prum/Scheid, Bondsrepubliek Duitsland, eiser tot cassatie, adv. Mr. J. Wuisman,
tegen
Marinus Lambertus Otting, te Den Hoorn (Z.-H.), verweerder in cassatie, adv. Mr. J.W. Lely.
Uitspraak
Hoge Raad:
1
Het geding in feitelijke instanties
Verweerder in cassatie — ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.