Einde inhoudsopgave
RvdW 1988, 8
HR, 18-12-1987, nr. 13109
HR 18-12-1987, ECLI:NL:PHR:1987:AD0116
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 december 1987
- Magistraten
Snijders, Martens, Hermans, Haak, Roelvink
- Zaaknummer
13109
- LJN
AD0116
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
Personen- en familierecht / Huwelijk, relaties en echtscheiding
Internationaal privaatrecht / Internationaal erkennings- en executierecht
Personen- en familierecht / Kinderbescherming
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1987:AD0116, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑12‑1987
ECLI:NL:PHR:1987:AD0116, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 18‑12‑1987
- Wetingang
BW art. 1:161 lid 5; Haags Kinderbeschermingsverdrag 1961 art. 1; Haags Kinderbeschermingsverdrag 1961 art. 3; Rv art. 429c; Wet ABart. 1; Wet ABart. 2; Wet ABart. 3; Wet ABart. 4; Wet ABart. 5; Wet ABart. 6; Wet ABart. 7; Wet ABart. 8; Wet ABart. 9; Wet ABart. 10; Wet ABart. 11; Wet ABart. 12; Wet ABart. 13; Wet ABart. 14
Essentie
Internationaal privaatrecht. Voogdij. Rechtsmacht van de Nederlandse rechter.
Samenvatting
Rechtsmacht Nederlandse rechter met betrekking tot beslissing dat, nu naar Nederlands recht reeds van rechtswege in de voogdij is voorzien, voor een voorziening in het gezag na echtscheiding geen plaats is. In art. 1 in verbinding met art. 3 Haags Kinderbeschermingsverdrag besloten bevoegdheid van de Nederlandse rechter; geen onvoldoende aanknoping met Nederlandse rechtssfeer. In dit geval geen gebondenheid van Nederlandse rechter aan kantmelding op geboorteakte van minderjarige van verklaring van Marokkaanse Consul-Generaal over wettigheid en Marokkaanse ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.