NJ 1989, 548
HR, 06-01-1989, nr. 13422
HR 06-01-1989, ECLI:NL:PHR:1989:AB9290, m.nt. W.H. Heemskerk
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
6 januari 1989
- Magistraten
Ras, De Groot, Hermans, Verburgh, Boekman, Ten Kate
- Zaaknummer
13422
- Noot
W.H. Heemskerk
- LJN
AB9290
- JCDI
JCDI:ADS113451:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1989:AB9290, Uitspraak, Hoge Raad, 06‑01‑1989
ECLI:NL:PHR:1989:AB9290, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 06‑01‑1989
- Wetingang
Rv (oud) art. 59 lid 1 onder 3°; Rv (oud) art. 347
Essentie
Alimentatie na echtscheiding. Appel door de vrouw, die een hoger bedrag wil. Incidenteel appel door de man, die zich opnieuw op art. 1:160 BW (samenleven met een ander als waren zij gehuwd) beroept.
Samenvatting
Het oordeel van het hof dat de omstandigheid dat de vrouw in het incidenteel appel heeft afgezien van een memorie van antwoord ‘de gevolgtrekking rechtvaardigt’ dat het betoog van de man juist is, is in het licht van de principale vordering van de vrouw zonder nadere motivering onbegrijpelijk.
Partij(en)
X, te A., eiseres tot cassatie, adv. Mr. E. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.