NJ 1989, 399
HR, 03-02-1989, nr. 7360
HR 03-02-1989, ECLI:NL:PHR:1989:AD5720
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
3 februari 1989
- Magistraten
Ras, De Groot, Hermans, Verburgh, Boekman, Strikwerda
- Zaaknummer
7360
- LJN
AD5720
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Internationaal privaatrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1989:AD5720, Uitspraak, Hoge Raad, 03‑02‑1989
ECLI:NL:PHR:1989:AD5720, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 03‑02‑1989
- Wetingang
Executieverdrag Ned-Oostenrijk art. 3
Essentie
Exequatur van Oostenrijks vonnis.
Samenvatting
Hoge Raad: het cassatiemiddel mist feitelijke grondslag (onderdeel 1) en klaagt tevergeefs over gebrekkige motivering (onderdeel 2).
Conclusie OM: over Nederlands-Oostenrijks Executieverdrag (eis van ‘geschrift’ voor forumkeuze).
Partij(en)
1. Dr. Johannes Hintermayr, Rechtsanwalt,
2. Dr. Michael Kruger, Rechtsanwalt, beiden te Linz (Republiek Oostenrijk), verzoekers tot cassatie, adv. Mr. C.J.J.C. van Nispen,
tegen
Hermanus Roberth Sitania, te Krimpen aan den IJssel, verweerder in cassatie, niet verschenen.
Voorgaande uitspraak
Gerechtshof:
2
Appellanten hebben op 27 jan. 1987 ter griffie van de Rb. te Rotterdam een verzoekschrift ingediend, ertoe strekkende dat de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.