NJ 1991, 439
HR, 20-04-1990, nr. 13749
HR 20-04-1990, ECLI:NL:PHR:1990:AD1096, m.nt. J.C. Schultsz
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
20 april 1990
- Magistraten
Martens, Hermans, Bloembergen, Roelvink, Boekman, Haak
- Zaaknummer
13749
- Noot
J.C. Schultsz
- LJN
AD1096
- JCDI
JCDI:ADS62836:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Internationaal privaatrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1990:AD1096, Uitspraak, Hoge Raad, 20‑04‑1990
ECLI:NL:PHR:1990:AD1096, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 20‑04‑1990
- Wetingang
RO art. 99; K art. 468; K art. 469
Essentie
Zeevervoerrecht; cognossementsvervoer. Door lading aan o.m. schip veroorzaakte schade; aansprakelijkheid afzender. Uitleg toepasselijk vreemd recht.
Samenvatting
Terecht bevat het middel geen rechtstreekse klacht over schending van (i.c. toepasselijk) Duits recht. De klacht dat nu het hof is uitgegaan van gelijkheid van Duits en Nederlands recht op het onderwerpelijke punt, de volgens het middel door het hof gegeven verkeerde interpretatie van het Nederlandse recht moet hebben geleid tot een onjuiste althans onbegrijpelijke uitleg van het Duitse recht faalt reeds omdat het hof zijn oordeel omtrent de inhoud van het Duitse recht niet heeft gebaseerd op een oordeel omtrent de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.