Einde inhoudsopgave
RvdW 1990, 150
HR, 10-08-1990, nr. 14021
HR 10-08-1990, ECLI:NL:PHR:1990:AC1564
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 augustus 1990
- Magistraten
Bloembergen, Roelvink, Davids
- Zaaknummer
14021
- LJN
AC1564
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1990:AC1564, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑08‑1990
ECLI:NL:PHR:1990:AC1564, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 10‑08‑1990
- Wetingang
Rv art. 332; Rv art. 333; Rv art. 334; Rv art. 335; Rv art. 336; Rv art. 337; Rv art. 338; Rv art. 339; Rv art. 340; Rv art. 341; Rv art. 342; Rv art. 343; Rv art. 344; Rv art. 345; Rv art. 346; Rv art. 347; Rv art. 348; Rv art. 349; Rv art. 350; Rv art. 351; Rv art. 352; Rv art. 353; Rv art. 354; Rv art. 355; Rv art. 356; Rv art. 357
Essentie
Invloed van na het vonnis verrichte betalingen op daartegen ingesteld hoger beroep.
Samenvatting
's Hofs oordeel dat erop neerkomt dat de enkele omstandigheid dat die betalingen bij de executie dienen te worden verrekend, meebrengt dat in appel geen vernietiging van het vonnis kan worden gevorderd op de grond dat in mindering op de gevorderde geldsom reeds betalingen zijn verricht, vindt geen steun in enige rechtsregel (vgl. r.o. 3.3 van HR 26 mei 1989, NJ 1989, 665)
Partij(en)
Lahassan Houri, te Weert, eiser tot cassatie, adv. Mr. R. Laret,
tegen
Omar Ben Ahmed El Hatir, te ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.