NJ 1991, 677
HR, 19-04-1991, nr. 7797: Mijderwijk/Meijaard
HR 19-04-1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC0219 (Mijderwijk/Meijaard)
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
19 april 1991
- Magistraten
Snijders, Bloembergen, Roelvink, Davids, Heemskerk, Van Soest
- Zaaknummer
7797
- LJN
ZC0219
- Roepnaam
Mijderwijk/Meijaard
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Huurrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1991:ZC0219, Uitspraak, Hoge Raad, 19‑04‑1991
- Wetingang
art. 1586 BW; art. 1623d BW
Essentie
Huur van woonruimte. Deelwoning; opvolging huurder. Voortzetting huur voor onbepaalde of bepaalde tijd.
Samenvatting
In haar algemeenheid is niet juist de stelling dat indien een uit onzelfstandige gedeelten bestaande woning aan twee personen is verhuurd en de verhuurder met ieder van hen een afzonderlijke huurovereenkomst heeft gesloten, na het eindigen van de huurovereenkomst van een hunner, de overblijvende huurder — althans in beginsel — ongeacht zijn eventuele bezwaren moet aanvaarden dat de plaats van die ander wordt ingenomen door de verhuurder of een door deze aangewezen derde. Hangt af van de omstandigheden van het geval, waaronder het in de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.