NJ 1992, 480
HR, 08-05-1992, nr. 14596
HR 08-05-1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC0597
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
8 mei 1992
- Magistraten
Snijders, Bloembergen, Davids, Heemskerk, Nieuwenhuis, Mok
- Zaaknummer
14596
- LJN
ZC0597
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Arbeidsrecht / Algemeen
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1992:ZC0597, Uitspraak, Hoge Raad, 08‑05‑1992
- Wetingang
Essentie
Arbeidsovereenkomst. Geldigheid proeftijdbeding in nieuwe arbeidsovereenkomst tussen dezelfde partijen gericht op dezelfde werkzaamheden. Bewijslast.
Samenvatting
Aan art. 7A:1639n BW ligt de gedachte ten grondslag dat partijen desgewenst de gelegenheid moeten hebben om, alvorens voor de toekomst gebonden te zijn, zich gedurende een, met het oog op de belangen van de werknemer beperkte, periode proefondervindelijk op de hoogte te stellen van elkanders hoedanigheden en van de geschiktheid van de werknemer voor de bedongen arbeid (HR 2 okt. 1987, NJ 1988, 233).
De opvatting dat de ‘wetgever kennelijk een termijn van 31 dagen als limiet ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.