NJ 1993, 488
Kort geding vreemdelingenrecht; uitleg 7a Vreemdelingenwet; transitruimte / vrijheidsbeneming; wettelijke grondslag / verbod op voorhand / verbod op termijn / kostenveroordeling (m.nt. AHJS)
HR 08-07-1992, ECLI:NL:PHR:1992:AC0476, m.nt. A.H.J. Swart
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
8 juli 1992
- Magistraten
Royer, Bloembergen, Davids, Heemskerk, Nieuwenhuis, Mok
- Zaaknummer
14648
- Noot
A.H.J. Swart
- LJN
AC0476
- JCDI
JCDI:ADS142465:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Onbekend (V)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Onrechtmatige daad
Vreemdelingenrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1992:AC0476, Uitspraak, Hoge Raad, 08‑07‑1992
ECLI:NL:PHR:1992:AC0476, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 08‑07‑1992
- Wetingang
Essentie
Kort geding vreemdelingenrecht; uitleg art. 7a Vreemdelingenwet; transitruimte. Vrijheidsbeneming; wettelijke grondslag. Verbod op voorhand van aanwijzing ruimte voor gedwongen verblijf. Inbreuk grondrecht persoonlijke vrijheid; zwaarwegende maatschappelijke belangen. Verbod op termijn; discretionaire bevoegdheid. Kostenveroordeling.
Samenvatting
De parlementaire geschiedenis van art. 7a (oud) Vreemdelingenwet staat, in weerwil van de bewoording van het artikel, in de weg aan een uitleg ervan krachtens welke het artikel een wettelijke grondslag zou bieden voor het gedwongen verblijf van asielzoekers in de transitruimte van Schiphol-Centrum.
Art. 7a is bij de wet van 12 dec. 1991, Stb. 691, in werking ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.