Einde inhoudsopgave
RvdW 1992, 186
HR, 08-07-1992, nr. 14648
HR 08-07-1992, ECLI:NL:PHR:1992:AC0476
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
8 juli 1992
- Magistraten
Royer, Bloembergen, Davids, Heemskerk, Nieuwenhuis
- Zaaknummer
14648
- LJN
AC0476
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Onrechtmatige daad
Vreemdelingenrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1992:AC0476, Uitspraak, Hoge Raad, 08‑07‑1992
ECLI:NL:PHR:1992:AC0476, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 08‑07‑1992
- Wetingang
Essentie
Kort geding vreemdelingenrecht; uitleg art. 7a Vreemdelingenwet; transitruimte. Vrijheidsbeneming; wettelijke grondslag. Verbod op voorhand van aanwijzing ruimte voor gedwongen verblijf. Inbreuk grondrecht persoonlijke vrijheid; zwaarwegende maatschappelijke belangen. Verbod op termijn; discretionaire bevoegdheid. Kostenveroordeling.
Samenvatting
De parlementaire geschiedenis van art. 7a (oud) Vreemdelingenwet staat, in weerwil van de bewoording van het artikel, in de weg aan een uitleg ervan krachtens welke het artikel een wettelijke grondslag zou bieden voor het gedwongen verblijf van asielzoekers in de transitruimte van Schiphol-Centrum.
Art. 7a is bij de wet van 12 dec. 1991, Stb. 691, in werking ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.