Einde inhoudsopgave
RvdW 1993, 36
HR, 22-01-1993, nr. 14802
HR 22-01-1993, ECLI:NL:PHR:1993:AG0497
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
22 januari 1993
- Magistraten
Snijders, Bloembergen, Mijnssen, Davids, Heemskerk
- Zaaknummer
14802
- LJN
AG0497
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1993:AG0497, Uitspraak, Hoge Raad, 22‑01‑1993
ECLI:NL:PHR:1993:AG0497, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 22‑01‑1993
- Wetingang
Rv art. 177; BW art. 7A:1639da
Essentie
Bewijsrecht. Door werknemer ontvangen gelden, die volgens werkgever niet zijn afgedragen. Bewijs van afdracht. Verdeling van de bewijslast en de invloed van een eis in reconventie daarop.
Samenvatting
Dit geval wordt hierdoor gekenmerkt dat de werknemer het betreffende bedrag voor de werkgever heeft ontvangen en, voor wat betreft het bewijs dat hij dat geld aan zijn werkgever heeft afgedragen, in beginsel van de administratie van deze laatste afhankelijk is.
In een dergelijke situatie rust in beginsel op de werkgever de bewijslast dat het geld niet aan hem is afgedragen. Dit geldt ook in het geval dat de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.