Einde inhoudsopgave
RvdW 1993, 71
HR, 26-02-1993, nr. 14809
HR 26-02-1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC0882
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
26 februari 1993
- Magistraten
Roelvink, Korthals Altes, Neleman
- Zaaknummer
14809
- LJN
ZC0882
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Verbintenissenrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1993:ZC0882, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑02‑1993
- Wetingang
Essentie
Vertegenwoordiging. Schijn van volmachtverlening. Onrechtmatige daad. Provisiebetaling.
Samenvatting
Het betalen van provisie aan iemand die optreedt als vertegenwoordiger van een ander, kan jegens die ander onrechtmatig zijn, maar behoeft, ook indien zulks niet gebruikelijk is, nog niet mee te brengen dat, ingeval degene die als — al dan niet ondergeschikte — vertegenwoordiger optreedt daartoe niet bevoegd is, de wederpartij niet mag afgaan op de door die ander gewekte schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid.
Partij(en)
Hamarc BV, te Nieuwegein, eiseres tot cassatie, adv. mr. E. van Staden ten Brink,
tegen
De rechtspersoon naar Duits recht Hezo Sport GmbH, te Furth, Duitsland, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.