Einde inhoudsopgave
RvdW 1993, 81
HR, 26-03-1993, nr. 8209
HR 26-03-1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC0913
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
26 maart 1993
- Magistraten
Royer, Mijnssen, Davids, Neleman, Swens-Donner
- Zaaknummer
8209
- LJN
ZC0913
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1993:ZC0913, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑03‑1993
- Wetingang
Essentie
Oud echtscheidingsprocesrecht. Voorlopige voorzieningen bij internationale echtscheiding; rechtsmacht
Samenvatting
De rechter die moet beslissen op een verzoek tot het treffen van voorlopige voorzieningen, dient, indien de verhouding van partijen internationale aspecten vertoont, te onderzoeken, zo nodig ambtshalve, of hem met betrekking tot dat verzoek rechtsmacht toekomt. Nu ingevolge art. 825a lid 2 (oud) Rv, welke bepaling in de onderhavige procedure van toepassing is, voorlopige voorzieningen moeten worden verzocht bij de rechtbank waarbij — voor zover thans van belang — de vordering tot echtscheiding aanhangig is, heeft het hof voor het beantwoorden van de vraag of de Nederlandse ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.