Einde inhoudsopgave
RvdW 1993, 217
HR, 05-11-1993, nr. 15159
HR 05-11-1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC1125
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
5 november 1993
- Magistraten
Martens, Mijnssen, Davids, Korthals Altes, Nieuwenhuis
- Zaaknummer
15159
- LJN
ZC1125
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Burgerlijk procesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1993:ZC1125, Uitspraak, Hoge Raad, 05‑11‑1993
- Wetingang
Rv art. 382; Rv art. 438; BW art. 7A:1638d
Essentie
Executiegeschil; misbruik van bevoegdheid. Onherroepelijke uitspraak; bedrog in geval dat rekest-civiel niet openstond. Goede procesorde. Ontslag; bereidheid de bedongen arbeid te verrichten; stelplicht en bewijslast. Indiensttreding bij andere werkgever.
Samenvatting
Ook de bevoegdheid om een onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak ten uitvoer te leggen kan worden misbruikt (vgl. HR 30 okt. 1992, NJ 1993, 4) en wanneer daarvan sprake is kan de tenuitvoerlegging van zulk een uitspraak op de voet van art. 438 Rv worden verboden. In geval de onherroepelijke uitspraak niet in laatste ressort is gewezen zodat daartegen rekest-civiel niet heeft opengestaan, kan bij ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.