Einde inhoudsopgave
RvdW 1993, 233
HR, 19-11-1993, nr. 15119
HR 19-11-1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC1151
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
19 november 1993
- Magistraten
Royer, Roelvink, Korthals Altes, Neleman, Nieuwenhuis
- Zaaknummer
15119
- LJN
ZC1151
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1993:ZC1151, Uitspraak, Hoge Raad, 19‑11‑1993
- Wetingang
Rv art. 67
Essentie
Gezag van gewijsde.
Samenvatting
Van een ‘beslissing aangaande de rechtsbetrekking in geschil’ als in art. 67 lid 1 bedoeld, is geen sprake ingeval de rechter het gevorderde niet toewijst op grond van zijn oordeel dat de door de eisende partij daaraan ten grondslag gelegde stellingen onvoldoende zijn om hem in staat te stellen aangaande de rechtsbetrekking in geschil een beslissing te geven.
Partij(en)
Petra van Raalte, te Amsterdam, eiseres tot cassatie, adv. mr. G. Snijders,
tegen
S.H. Beheer B.V., te Amsterdam, verweerster in cassatie, adv. voorheen mr. J.H. van Gelderen, thans mr. drs. V. Breedveld.
Uitspraak
Rechtbank:
(…) ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.