NJ 1995, 322
Schade door geluidshinder militair vliegveld / vergoedingsplicht Staat ex Luchtvaartwet niet exclusief
HR 26-11-1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC1156, m.nt. C.J.H. Brunner
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
26 november 1993
- Magistraten
Martens, Roelvink, Mijnssen, Davids, Swens-Donner, Hartkamp
- Zaaknummer
15110
- Noot
C.J.H. Brunner
- LJN
ZC1156
- JCDI
JCDI:ADS156595:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Verbintenissenrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1993:ZC1156, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑11‑1993
- Wetingang
BW art. 1401 (oud); BW art. 6:162; LVW art. 25 lid 1; LVW art. 26; Besl. geluidsbel. grote luchtvaartterreinen
Essentie
Schade door geluidshinder militair vliegveld. Vergoedingsplicht Staat ex Luchtvaartwet niet exclusief.
Samenvatting
De vergoedingsplicht van de Staat, zoals neergelegd in art. 26 Luchtvaartwet en de op die bepaling gebaseerde uitvoeringsregelingen, die beoogt een schadevergoeding te verschaffen wegens ondervonden geluidsbelasting, heeft geen exclusieve strekking. Een vordering tot schadevergoeding uit onrechtmatige daad wordt daardoor niet uitgesloten. Die bepalingen uit de Luchtvaartwet beogen klaarblijkelijk slechts een nadere uitwerking van de door de wetgever in die wet getroffen afbakening van het belang van handhaving van de leefbaarheid van het milieu tegenover de belangen van de luchtvaart.1
Partij(en)
- 1.
G.L. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.