Einde inhoudsopgave
RvdW 1994, 33
HR, 14-01-1994, nr. 8381
HR 14-01-1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1236
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
14 januari 1994
- Magistraten
Snijders, Roelvink, Korthals Altes, Neleman, Nieuwenhuis
- Zaaknummer
8381
- LJN
ZC1236
- Vakgebied(en)
Sociale zekerheid algemeen / Algemeen
Verbintenissenrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1994:ZC1236, Uitspraak, Hoge Raad, 14‑01‑1994
- Wetingang
BW art. 6:17 lid 2; ABW art. 64 (oud); ABW art. 65 (oud)
Essentie
Bijstandsverhaal. Buiten beschouwing laten schuld waarvoor betrokkene hoofdelijk is verbonden. In dictum neergelegde alternatieve verbintenis van betrokkene t.a.v. periodieke betaling of betaling ineens; alleen hij heeft de keuze. Invordering restant ineens.
Samenvatting
Uit de hoofdregel van art. 6:17 lid 2 BW en art. 64 lid 1 (oud) ABW volgt dat de rechter moet vaststellen welke periodieke bedragen en eventueel welk bedrag ineens zal moeten worden betaald, en dat hij de keuze tussen beide mogelijkheden niet mag overlaten aan het verhalend lichaam, maar wèl aan de schuldenaar om wiens belang het gaat.
De rechter ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.