Einde inhoudsopgave
RvdW 1994, 67
HR, 25-02-1994, nr. 15258
HR 25-02-1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1285
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25 februari 1994
- Magistraten
Royer, Roelvink, Korthals Altes, Neleman, Nieuwenhuis
- Zaaknummer
15258
- LJN
ZC1285
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1994:ZC1285, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑02‑1994
- Wetingang
BW art. 3:40; BW art. 6:74; BW art. 7A:1639w
Essentie
Arbeidsovereenkomst; nietigheid beding dat beëindiging op andere grond van disfunctioneren uitsluit. Geen wanprestatie door ontbinding ex art. 7A:1639w BW te verzoeken.
Samenvatting
Ingevolge het bepaalde in art. 7A:1639w lid 1 is nietig elk beding waardoor de bevoegdheid van zowel de werkgever als de werknemer om zich te allen tijde tot de Kantonrechter te wenden met het verzoek de arbeidsovereenkomst wegens gewichtige redenen te ontbinden, wordt uitgesloten of beperkt. Dit brengt mee dat de werkgever, in weerwil van het beding dat beëindiging van de arbeidsovereenkomst om andere redenen dan onvoldoende functioneren van de werknemer niet zou geschieden bevoegd bleef ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.