NJ 1995, 22
Arbeidsovereenkomst / nietig ontslag / loonvordering / matiging / grieven in appel
HR 18-03-1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1298, m.nt. P.A. Stein
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 maart 1994
- Magistraten
Royer, Roelvink, Korthals Altes, Neleman, Nieuwenhuis, Koopmans
- Zaaknummer
15232
- Noot
P.A. Stein
- LJN
ZC1298
- JCDI
JCDI:ADS113655:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Arbeidsrecht / Algemeen
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Burgerlijk procesrecht (V)
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1994:ZC1298, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑03‑1994
- Wetingang
BW art. 7A:1638d; BW art. 7A:1639r; Rv (oud) art. 347; Rv (oud) art. 429o
Essentie
Arbeidsovereenkomst. Nietig ontslag. Loonvordering. Matiging. Grieven in appel.
Samenvatting
Falende klacht over ontoereikende motivering van de afweging van enerzijds de gevolgen voor de werkgeefster van integrale toewijzing van de loonvordering en anderzijds het belang van de werknemer bij zodanige toewijzing.
Het verwijt dat de rechtbank is uitgegaan van een algemene regel waarvoor geen steun is te vinden in het recht, te weten dat geen matiging dient plaats te vinden indien zij zou leiden tot feitelijke beëindiging van het dienstverband, mist feitelijke grondslag. De rechtbank heeft wel de omstandigheid dat door matiging feitelijk een einde zou komen aan de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.