Einde inhoudsopgave
RvdW 1994, 124
HR, 03-06-1994, nr. 8454
HR 03-06-1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1388
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
3 juni 1994
- Magistraten
Martens, Roelvink, Korthals Altes, Neleman, Nieuwenhuis
- Zaaknummer
8454
- LJN
ZC1388
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1994:ZC1388, Uitspraak, Hoge Raad, 03‑06‑1994
- Wetingang
Fb (Ned. Antillen) art. 54 lid 1; Fb (Ned. Antillen) art. 65; Fb (Ned. Antillen) art. 169 lid 4; Fw art. 69; Fw art. 176 lid 1
Essentie
Vervolg Antilliaanse faillissementszaken. Verzoek tot intrekking van machtiging aan curator tot onderhandse verkoop. Verbod tot onderhandse verkoop. Feitelijk novum in cassatie.
Samenvatting
Het cassatiemiddel steunt op een andere grondslag dan het verzoek in eerste aanleg en berust derhalve op nieuwe feitelijke stellingen welke in cassatie niet kunnen worden onderzocht.
Partij(en)
de openbare rechtspersoon de Nederlandse Antillen, te Willemstad, Curaçao, Nederlandse Antillen, verzoeker tot cassatie, adv. mr. J.L. de Wijkerslooth,
tegen
Mr. J. Komdeur, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van R. Parker Bonaire N.V., te Curaçao, Nederlandse Antillen, verweerder in cassatie, niet verschenen. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.