Einde inhoudsopgave
RvdW 1994, 198
HR, 07-10-1994, nr. 15441
HR 07-10-1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1475
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
7 oktober 1994
- Magistraten
Snijders, Roelvink, Mijnssen, Neleman, Nieuwenhuis
- Zaaknummer
15441
- LJN
ZC1475
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1994:ZC1475, Uitspraak, Hoge Raad, 07‑10‑1994
- Wetingang
Inv.w 1990 art. 17
Essentie
Schorsende werking van verzet tegen tenuitvoerlegging dwangbevel; belangenafweging.
Samenvatting
De regel dat degene aan wie een bevoegdheid toekomt, haar niet kan inroepen voor zover hij haar misbruikt, brengt i.c. mee dat een belastingplichtige, die in verzet is gekomen tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel teneinde schorsing van de executie te bewerkstelligen, de voor hem uit art. 17 lid 2 voortvloeiende bevoegdheid om zich op schorsing van de tenuitvoerlegging te beroepen misbruikt indien hij, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen zijn belang bij handhaving van schorsende werking van het verzet en het belang van de ontvanger bij voortgang van de executie ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.