Einde inhoudsopgave
RvdW 1994, 237
HR, 11-11-1994, nr. 8465
HR 11-11-1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1535
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 november 1994
- Magistraten
Snijders, Mijnssen, Neleman, Nieuwenhuis, Swens-Donner
- Zaaknummer
8465
- LJN
ZC1535
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Internationaal strafrecht (V)
EU-recht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1994:ZC1535, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑11‑1994
- Wetingang
Essentie
Antilliaanse zaak. Inbeslagname bankstukken. Bij analogie toepasselijk achten van de strafrechtelijke procesgang, met uitsluiting van de civiele procesgang tot gevolg; strijd met het legaliteitsbeginsel.
Samenvatting
Door te oordelen dat de strafrechter in een procedure op de voet van art. 50 quinquies Sv Aruba niet alleen kan beslissen op een verzoek tot inzage van processtukken dat is gedaan door een verdachte (zoals dit artikel bepaalt), maar ook op een dergelijk verzoek dat door een (andere) belanghebbende wordt gedaan, heeft het hof miskend dat met het legaliteitsbeginsel dat ook ten grondslag ligt aan het voor Aruba geldende Wetboek van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.