NJ 1995, 224
Recht van gebruik en bewoning / door rechthebbende begane tekortkomingen; vrees voor toekomstig ernstig tekortschieten / schadevergoeding naast sancties uit 3:221 BW
HR 09-12-1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1573
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
9 december 1994
- Magistraten
Royer, Roelvink, Korthals Altes, Neleman, Nieuwenhuis, De Vries Lentsch-Kostense
- Zaaknummer
15482
- LJN
ZC1573
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Vermogensrecht (V)
Goederenrecht / Genotsrechten
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1994:ZC1573, Uitspraak, Hoge Raad, 09‑12‑1994
- Wetingang
Overgangswet BW art. 106; BW art. 862 (oud); BW art. 863 (oud); BW art. 3:221; BW art. 3:226
Essentie
Recht van gebruik en bewoning. Door rechthebbende in het verleden begane tekortkomingen; vrees voor toekomstig ernstig tekortschieten. Schadevergoeding naast sancties uit art. 3:221 BW.
Samenvatting
Niet als juist kan worden aanvaard de enkel op de bewoording van het artikel gebaseerde uitleg van art. 3:221, namelijk dat de bij dat artikel gestelde sancties niet kunnen worden opgelegd ter zake van in het verleden door de rechthebbende begane tekortkomingen, maar slechts op grond van huidig of in de toekomst te duchten tekortschieten door de rechthebbende. Een redelijke en bij de strekking passende uitleg van de bepaling brengt mee haar ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.