RSV 1995, 290
HR, 25-01-1995, nr. 29 536
HR 25-01-1995, ECLI:NL:HR:1995:AA3044, m.nt. F.W.M. Keunen
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25 januari 1995
- Magistraten
Jansen, Bellaart, De Moor, Jansen, Van der Putt-Lauwers
- Zaaknummer
29 536
- Noot
F.W.M. Keunen
- LJN
AA3044
- JCDI
JCDI:ADS872203:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Sociale zekerheid algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1995:AA3044, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑01‑1995
- Wetingang
EG-Verord. nr. 1408/71 art. 33; AAW art. 75 (tekst tot 1 jan. 1990); BUB 1976 art. 2 lid 1 onder c
Essentie
Geprorateerde premieheffing AAW van ingezetene, die naast een AAW-uitkering ook een Duitse arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt, die op de AAW-uitkering in mindering wordt gebracht
Samenvatting
Betrokkene, Nederlands ingezetene, ontvangt een Duitse Erwerbsunfähigkeitsrente en een AAW-uitkering. Op de AAW-uitkering wordt de Duitse rente in mindering gebracht.
Gelet op het arrest van het Hof van Justitie EG in de zaak Noij (RSV 1991/201) verzet het Gemeenschapsrecht zich niet tegen heffing premies AOW, AWW, AKW en AWBZ over betrokkenes inkomen. De AAW-premie mag echter niet volledig geheven worden, omdat een deel van de uitkeringen wegens arbeidsongeschiktheid waarin de AAW voorziet, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.