Einde inhoudsopgave
RvdW 1995, 39
HR, 27-01-1995, nr. 15537: Heliopolis Star
HR 27-01-1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1624 (Heliopolis Star)
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
27 januari 1995
- Magistraten
Martens, Roelvink, Korthals Altes, Nieuwenhuis, Swens-Donner
- Zaaknummer
15537
- LJN
ZC1624
- Roepnaam
Heliopolis Star
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Vervoersrecht / Zeevervoer
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1995:ZC1624, Uitspraak, Hoge Raad, 27‑01‑1995
- Wetingang
BW art. 3:93; BW art. 3:94; BW art. 3:236; BW art. 8:378; BW art. 8:399; BW art. 8:410; BW art. 8:412; BW art. 8:416; BW art. 8:417; BW art. 8:441; Verdrag van Brussel conservatoir beslag zeeschepen 1952 art. 1
Essentie
Zeevervoer onder cognossement. Expediteur die cognossement aan order namens de afzender in ontvangst neemt, geen regelmatig cognossementshouder. Pandrecht op in het cognossement belichaamde rechten. ‘Zeerechtelijke vordering’ in de zin van het Brussels Verdrag (1952) inzake conservatoir beslag op zeeschepen.
Samenvatting
Als regelmatig cognossementhouder in de zin van art. 8:441 kan slechts worden aangemerkt degene die overeenkomstig de inhoud van het cognossement als houder is gelegitimeerd. Bij een cognossement als het onderhavige, dat is gesteld aan de order van een met name genoemde geadresseerde, geldt de in het cognossement vermelde afzender tegenover de vervoerder als de regelmatige houder zolang hij ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.