Einde inhoudsopgave
RvdW 1995, 91
HR, 07-04-1995, nr. 15647
HR 07-04-1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1698
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
7 april 1995
- Magistraten
Martens, Roelvink, Heemskerk, Nieuwenhuis, Swens-Donner
- Zaaknummer
15647
- LJN
ZC1698
- Vakgebied(en)
Vreemdelingenrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1995:ZC1698, Uitspraak, Hoge Raad, 07‑04‑1995
- Wetingang
Vw art. 32 (oud)
Essentie
Vreemdelingenrecht. Gelijkheidsbeginsel; aannemelijk maken beleid.
Samenvatting
Tevergeefs betoogt de vreemdeling dat, nu hij een beroep heeft gedaan op door hem genoemde vergelijkbare gevallen, het op de weg van de Staat lag om zich daarover uit te laten en een eventuele ongelijke behandeling te verklaren, en dat hij dan ook niet gehouden was om het bestaan van het door hem gestelde beleid aannemelijk te maken.
Kennelijk heeft het Hof geoordeeld dat hetgeen door de Staat naar voren is gebracht met betrekking tot de specifieke kenmerken van de door de vreemdeling genoemde gevallen voldoende is ter weerlegging van diens beroep ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.