Einde inhoudsopgave
RvdW 1995, 106
HR, 28-04-1995, nr. 15677
HR 28-04-1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1718
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
28 april 1995
- Magistraten
Martens, Roelvink, Korthals Altes, Neleman, Swens-Donner
- Zaaknummer
15677
- LJN
ZC1718
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Bestuursprocesrecht / Beroep
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1995:ZC1718, Uitspraak, Hoge Raad, 28‑04‑1995
- Wetingang
Essentie
Kort geding. Bijstand cq vertegenwoordiging door niet-procureur zijdens verweerder; kostenveroordeling inzake salaris en verschotten zijdens verliezende eiser.
Samenvatting
Volgens art. 290 Rv moet de verweerder in een kort geding, onverschillig of hij al dan niet vrijwillig verschijnt, verschijnen hetzij in persoon hetzij vertegenwoordigd door een procureur. Uit de wetsgeschiedenis van art. 290 Rv moet worden afgeleid dat het artikel wèl toelaat dat de in persoon verschenen verweerder in kort geding zich bij het voeren van verweer door een raadsman die geen advocaat is, doet bijstaan, maar niet dat de niet in persoon verschijnende verweerder in kort geding zich ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.