Einde inhoudsopgave
RvdW 1995, 136
HR, 16-06-1995, nr. 15667
HR 16-06-1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1758
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
16 juni 1995
- Magistraten
Snijders, Mijnssen, Neleman, Heemskerk, Swens-Donner
- Zaaknummer
15667
- LJN
ZC1758
- Vakgebied(en)
Milieurecht / Bodem
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Onrechtmatige daad
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1995:ZC1758, Uitspraak, Hoge Raad, 16‑06‑1995
- Wetingang
BW art. 2:175; BW art. 6:162; BW art. 1401 (oud); BW art. 1405 (oud); IBS art. 21; Wijzigingswet WBB art. 75 (oud); Wijzigingswet WBB art. 47 (oud)
Essentie
Bodemverontreiniging; verhaal ex art. 21 Interimwet bodemsanering. Rechtstreekse aansprakelijkheid of doorbraak van aansprakelijkheid wegens verwevenheid. Moedervennootschap niet aansprakelijk voor schade ten gevolge van in dochtervennootschap uitgevoerde bedrijfsactiviteiten (exploitatie steenfabriek).
Samenvatting
Door te overwegen als hiervoor is weergegeven is het hof uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting dan wel heeft het onvoldoende inzicht gegeven in zijn gedachtengang.
Het enkele feit dat een moedermaatschappij hetzij door haar bestuurders tevens als bestuurders van haar dochter te doen optreden, hetzij als bestuurder en/of enige aandeelhouder van haar dochter het beleid ter zake van de bedrijfsactiviteiten van de dochter bepaalt en ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.