NJ 1996, 24
Wet Mulder / ktr. kon oordelen dat termijnoverschrijding i.v.m. duur politie-onderzoek door 6:11 Awb werd ondervangen
HR 18-09-1995, ECLI:NL:HR:1995:ZD0186
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 september 1995
- Magistraten
Haak, Mout, Van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp, Fokkens
- Zaaknummer
158-95-V
- LJN
ZD0186
- Vakgebied(en)
Bestuursprocesrecht / Hoger beroep
Onbekend (V)
Materieel strafrecht / Sancties
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Bestuursprocesrecht / Administratief beroep
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Bestuursprocesrecht / Beroep
Bestuursprocesrecht / Bezwaar
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1995:ZD0186, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑09‑1995
- Wetingang
Essentie
Wet Mulder. Beroep bij officier van justitie te laat vanwege duur van het politie-onderzoek; het kennelijke oordeel van de kantonrechter, dat art. 6:11 Awb van toepassing is, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk.
Voorgaande uitspraak
Arrest
op het beroep in cassatie van H.E., te Wageningen
Kantongerecht:
Overwegende:
1
Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie op 29 september 1994, komt appellant in beroep tegen de beslissing van de Officier van Justitie te Arnhem d.d. 30 augustus 1994, waarbij zijn beroepschrift d.d. 25 februari 1994 niet-ontvankelijk is verklaard omdat appellant zijn beroepschrift bij de officier ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.