NJ 1996, 270
Gebruiksrecht appartement / vraag of laatste rechtsverkrijger appartement onrechtmatig heeft gehandeld door zonder toestemming contractueel gebruiksgerechtigde verdieping in gebruik te nemen / profiteren van wanprestatie; doorbreken kettingbeding
HR 10-11-1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1876, m.nt. P.A. Stein
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 november 1995
- Magistraten
Snijders, Mijnssen, Korthals Altes, Neleman, Swens-Donner, Hartkamp
- Zaaknummer
15779
- Noot
P.A. Stein
- LJN
ZC1876
- JCDI
JCDI:ADS63136:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Onrechtmatige daad
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1995:ZC1876, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑11‑1995
- Wetingang
BW art. 6:162; BW art. 1401 (oud)
Essentie
Gebruiksrecht appartement. Vraag of de laatste rechtsverkrijger van een appartement onrechtmatig heeft gehandeld door zonder toestemming van de contractueel gebruiksgerechtigde een verdieping in gebruik te nemen. Profiteren van wanprestatie; doorbreken kettingbeding.
Samenvatting
Het enkele feit dat de eerste rechtsverkrijger jegens latere rechtsverkrijgers een contractueel gebruiksrecht had, waarmee de laatste rechtsverkrijger bekend was, doet de gedragingen van laatstgenoemde nog niet onrechtmatig zijn, ook niet onder de door het hof vermelde omstandigheden. Zoals voortvloeit uit hetgeen is overwogen in HR 17 mei 1985, NJ 1986, 760 zou een zodanige onrechtmatigheid wel kunnen worden aangenomen, wanneer tussen een latere ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.