Einde inhoudsopgave
RvdW 1995, 249
HR, 24-11-1995, nr. 15831
HR 24-11-1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1891
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
24 november 1995
- Magistraten
Snijders, Mijnssen, Korthals Altes, Heemskerk, Swens-Donner
- Zaaknummer
15831
- LJN
ZC1891
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1995:ZC1891, Uitspraak, Hoge Raad, 24‑11‑1995
- Wetingang
Rv art. 56
Essentie
Kort geding i.v.m. omgangsregeling. Kostenveroordeling in hoger beroep in geval van bekrachtiging o.g.v. tijdens appelprocedure gewijzigde omstandigheid. Uitbreiding compensatiemogelijkheid art. 56 Rv.
Samenvatting
Door na op grond van een tijdens de appelprocedure gewijzigde omstandigheid te hebben geoordeeld dat de vordering van de vader niet kan worden toegewezen en dat het bestreden vonnis dus moet worden bekrachtigd, zonder verder onderzoek de vader als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het geding in hoger beroep te veroordelen heeft het hof blijk gegeven van een onjuiste opvatting omtrent art. 56 lid 1, eerste zin, Rv. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.