Einde inhoudsopgave
RvdW 1995, 264
HR, 08-12-1995, nr. 15853
HR 08-12-1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1912
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
8 december 1995
- Magistraten
Snijders, Roelvink, Mijnssen, Korthals Altes, Heemskerk
- Zaaknummer
15853
- LJN
ZC1912
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1995:ZC1912, Uitspraak, Hoge Raad, 08‑12‑1995
- Wetingang
Essentie
Appellabiliteit i.v.m. de regel dat vordering in conventie en die in reconventie bij elkaar moeten worden opgeteld. I.c. geen uitzondering op die regel.
Samenvatting
Een vordering tot vergoeding van schade heeft naar haar aard als hoofdstrekking de veroordeling van de wederpartij tot betaling van het gevorderde bedrag. Reeds daarom is niet juist dat een zodanige vordering geen andere strekking heeft dan om eiser in reconventie te bevrijden van de verplichting tot betaling van het in conventie gevorderde bedrag. Daarbij komt dat een in reconventie ingestelde vordering tot vergoeding van schade naar haar aard niet de strekking heeft om ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.