Einde inhoudsopgave
RvdW 1996, 16
HR, 22-12-1995, nr. 15884
HR 22-12-1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1933
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
22 december 1995
- Magistraten
Snijders, Mijnssen, Korthals Altes, Nieuwenhuis, Swens-Donner
- Zaaknummer
15884
- LJN
ZC1933
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Onrechtmatige daad
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1995:ZC1933, Uitspraak, Hoge Raad, 22‑12‑1995
- Wetingang
BW art. 6:101; BW art. 6:162
Essentie
Onrechtmatige daad overheid. Vordering tot schadevergoeding wegens onrechtmatig strafvorderlijk optreden. Geen plicht tot schadevergoeding wegens omstandigheden aan zijde van ex-verdachte; toepassing art. 6:101 BW.
Samenvatting
's Hofs oordeel dat de billijkheid wegens de omstandigheden van het geval, waaronder het hof kennelijk mede de ernst van de aan de ex-verdachte toe te rekenen fouten begrijpt, eist dat de in beginsel op de Staat rustende vergoedingsplicht geheel vervalt, waarbij het hof kennelijk de regel van art. 6:101 BW op het oog heeft, geeft niet blijk van een ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.