NJ 1996, 419
Omgangsregeling, verzocht door moeder namens kind; ‘family life’ (8 EVRM); geen ‘family life’ met biologische vader enkel op grond van verwekking/reikwijdte recht kind om ouders te kennen (7 Verdrag rechten van het kind); geen recht op persoonlijk contact met vader als deze dat heeft geweigerd
HR 22-12-1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1935
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
22 december 1995
- Magistraten
Royer, Roelvink, Mijnssen, Korthals Altes, Swens-Donner, Moltmaker
- Zaaknummer
8643
- LJN
ZC1935
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Onbekend (V)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Personen- en familierecht / Gezag en omgang
Personen- en familierecht / Huwelijk, relaties en echtscheiding
Personen- en familierecht / Kinderbescherming
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1995:ZC1935, Uitspraak, Hoge Raad, 22‑12‑1995
- Wetingang
EVRM art. 8; IVRK art. 7; BW art. 1:162a (oud); BW art. 1:377a; BW art. 1:377b; BW art. 1:377c; BW art. 1:377d; BW art. 1:377e; BW art. 1:377f
Essentie
Omgangsregeling, verzocht door moeder namens kind. ‘Family life’ als bedoeld in art. 8 EVRM; geen ‘family life’ met biologische vader enkel op grond van verwekking. Reikwijdte recht van kind om ouders te kennen (art. 7 Verdrag inzake de rechten van het kind); geen recht op persoonlijk contact met vader als deze dat heeft geweigerd.
Samenvatting
De eisen die aan het bestaan van ‘family life’ gesteld moeten worden, zijn afhankelijk van de context waarin op art. 8 EVRM een beroep wordt gedaan; daarbij is mede van belang wie het beroep doet. Indien een kind de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.