NJ 1997, 3
Vordering uit ongerechtvaardigde verrijking wegens profiteren door apotheker van intrekking vergunning apotheekhoudende arts
HR 15-03-1996, ECLI:NL:HR:1996:ZC2018, m.nt. E.J.H. Schrage (Van der Tuuk Adriani/Batelaan)
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
15 maart 1996
- Magistraten
Snijders, Mijnssen, Neleman, Heemskerk, Nieuwenhuis, Koopmans
- Zaaknummer
15930
- Noot
E.J.H. Schrage
- LJN
ZC2018
- Roepnaam
Van der Tuuk Adriani/Batelaan
- JCDI
JCDI:ADS113721:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Vermogensrecht (V)
Verbintenissenrecht / Overige verbintenissen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1996:ZC2018, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 15‑03‑1996
- Wetingang
BW art. 1395 (oud); BW art. 6:212
Essentie
Vordering uit ongerechtvaardigde verrijking wegens het profiteren door apotheker van intrekking vergunning apotheekhoudende arts.
Samenvatting
Het hof heeft voor de vraag of een vordering uit ongerechtvaardigde verrijking in een geval als het onderhavige in het stelsel van het voor 1 jan. 1992 geldende Nederlandse recht past en aansluit bij de destijds daarin wel geregelde gevallen, terecht betekenis toegekend aan publiekrechtelijke wetgeving waarbij een vergoeding wordt toegekend voor schade ontstaan door in die wetgeving voorziene en in het algemeen belang nodig geachte overheidsbesluiten, in het bijzonder aan die wetgeving waarbij de schade die het gevolg is van de intrekking ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.