Einde inhoudsopgave
RvdW 1996, 90
HR, 19-04-1996, nr. 15956
HR 19-04-1996, ECLI:NL:HR:1996:ZC2039
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
19 april 1996
- Magistraten
Royer, Roelvink, Mijnssen, Korthals Altes, Heemskerk
- Zaaknummer
15956
- LJN
ZC2039
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Overige verbintenissen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1996:ZC2039, Uitspraak, Hoge Raad, 19‑04‑1996
- Wetingang
BW art. 1390 (oud); BW art. 6:198
Essentie
Verzekering. Schade door arbeidsongeval. Samenloop van door werkgever afgesloten verzekeringen. Regresactie van bedrijfsongevallenverzekeraar die op grond van dading met slachtoffer de schade heeft betaald, op WAM-verzekeraar. Zaakwaarneming.
Samenvatting
Zowel naar het vóór 1 januari 1992 geldende recht als naar huidig recht (art. 6:198 BW) is voor zaakwaarneming als grondslag voor een vordering tot schadevergoeding in elk geval vereist dat een redelijke grond voor het behartigen van eens anders belang aanwezig is. Ervan uitgaande dat de bedrijfsongevallenverzekeraar moest begrijpen dat de WAM-verzekeraar niet zou instemmen met een eventueel door eerstgenoemde met het slachtoffer te treffen dading, heeft het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.