Einde inhoudsopgave
RvdW 1996, 97
HR, 26-04-1996, nr. 15929
HR 26-04-1996, ECLI:NL:HR:1996:ZC2050
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
26 april 1996
- Magistraten
Royer, Roelvink, Neleman, Heemskerk, Herrmann
- Zaaknummer
15929
- LJN
ZC2050
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Huurrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1996:ZC2050, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑04‑1996
- Wetingang
BW art. 2012 (oud); BW art. 3:308; Overgangswet NBW art. 73
Essentie
Maandafrekeningen creditcard. Periodiek verschuldigde betalingen. Verjaring ex art. 2012 (oud) BW. Overgangsrecht.
Samenvatting
Rechtbank en hof zijn gelet op art. 73 Overgangswet NBW terecht ervan uitgegaan dat de vraag of de vordering van eiser op de dag van de inleidende dagvaarding (30 december 1992) reeds was verjaard, moet worden beoordeeld naar het vóór 1 januari 1992 geldende recht. Voorts is het hof terecht ervan uitgegaan dat art. 2012 — evenals trouwens art. 3:308 BW — ziet op een uit eenzelfde rechtsbetrekking voortvloeiende verplichting van de schuldenaar om periodiek bedragen aan de schuldeiser te betalen (vgl. HR ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.