Einde inhoudsopgave
RvdW 1996, 116
HR, 10-05-1996, nr. 15978
HR 10-05-1996, ECLI:NL:HR:1996:ZC2068
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 mei 1996
- Magistraten
Martens, Roelvink, Mijnssen, Neleman, Heemskerk
- Zaaknummer
15978
- LJN
ZC2068
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1996:ZC2068, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑05‑1996
- Wetingang
Essentie
Internationaal procesrecht. Verzet tegen exequatur.
Samenvatting
De door het cassatiemiddel verdedigde, uiterst enge opvatting van het begrip ‘document waaruit blijkt dat het stuk dat het geding heeft ingeleid (…) aan de niet verschenen partij is betekend of is medegedeeld’ in de zin van art. 46, tweede lid, EEX, volgens welke uitsluitend dan van ‘blijken’ in de zin van deze bepaling kan worden gesproken indien het desbetreffende document het stuk dat het geding inleidt, met zovele woorden noemt en nauwkeurig omschrijft, zou de praktijk, welke het Verdrag juist beoogt te dienen, te zeer belemmeren dan dat zij kan worden ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.