Einde inhoudsopgave
RvdW 1996, 161
HR, 30-08-1996, nr. 16313
HR 30-08-1996, ECLI:NL:HR:1996:AG7139
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
30 augustus 1996
- Magistraten
Haak, Davids, Neleman, Herrmann, Koster
- Zaaknummer
16313
- LJN
AG7139
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1996:AG7139, Uitspraak, Hoge Raad, 30‑08‑1996
- Wetingang
Rv art. 266
Essentie
Cassatiegeding. Incidentele vordering tot schorsing.
Samenvatting
Het désaveu in de bij het hof aanhangige hoofdzaak, als gevolg waarvan deze is geschorst, betreft niet verrichtingen in het thans bij de Hoge Raad aanhangige geding dat een provisionele vordering betreft. Dit geding kan derhalve ten opzichte van de procedure tot ontkentenis van gerechtelijke verrichtingen niet gelden als ‘hoofdzaak’ als bedoeld in art. 266 Rv, zodat de vordering niet voor toewijzing vatbaar is. De verwevenheid van de provisionele vordering met de hoofdzaak geeft geen grond hieromtrent anders te oordelen.
Partij(en)
J.J. J. (de zoon), te U., gemeente A., eiser tot ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.