NJ 1997, 704
Nationaliteitsrecht / kind zonder zelfstandige verblijfstitel verliest van vader afhankelijke verblijfstitel; latere naturalisatie vader / geen medenaturalisatie kind
HR 28-02-1997, ECLI:NL:HR:1997:AG7205, m.nt. G.R. de Groot
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
28 februari 1997
- Magistraten
Roelvink, Mijnssen, Herrmann, Jansen, De Savornin Lohman
- Zaaknummer
8879
- Conclusie
A-G Mok
- Noot
G.R. de Groot
- LJN
AG7205
- JCDI
JCDI:ADS143046:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Vreemdelingenrecht (V)
Staatsrecht / Nationaliteitsrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1997:AG7205, Uitspraak, Hoge Raad, 28‑02‑1997
- Wetingang
Rijkswet Nederlanderschap art. 11
Essentie
Nationaliteitsrecht. Kind zonder zelfstandige verblijfstitel verliest van vader afhankelijke verblijfstitel; latere naturalisatie vader. Geen medenaturalisatie kind.
Samenvatting
Geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting geeft het oordeel van de rechtbank dat het kind, toen zijn vader door naturalisatie de Nederlandse nationaliteit verkreeg, niet beschikte over een vergunning tot verblijf en daarom, in verband met het bij de naturalisatie gemaakte voorbehoud, niet met zijn vader is meegenaturaliseerd. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat het kind sedert zijn geboorte geen zelfstandige verblijfstitel had en tijdens zijn verblijf bij zijn vader wel over een van de aan zijn vader verleende vergunning tot ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.