Einde inhoudsopgave
RvdW 1997, 92
HR, 04-04-1997, nr. 8890
HR 04-04-1997, ECLI:NL:HR:1997:AG7218
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
4 april 1997
- Magistraten
Roelvink, Heemskerk, Jansen
- Zaaknummer
8890
- Conclusie
A-G Strikwerda
- LJN
AG7218
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1997:AG7218, Uitspraak, Hoge Raad, 04‑04‑1997
- Wetingang
Essentie
Rekestprocedure. Zelfstandig verzoek van belanghebbende in appel.
Samenvatting
Een zelfstandig verzoek als bedoeld in art. 429h lid 4 kan niet voor het eerst in hoger beroep worden gedaan. Het Hof heeft dus ten onrechte de vader ontvangen in diens voor het eerst in hoger beroep gedane zelfstandig verzoek.
Partij(en)
G., te C., Verenigde Staten van Amerika verzoekster tot cassatie, adv. mr R.Th.R.F. Carli,
tegen
K., te B., verweerder in cassatie, adv. mr. P.S. Kamminga.
Uitspraak
Hof:
2. De bevoegdheid van het hof tot kennisneming van het verzoek van de vader
2.1
De moeder heeft in de eerste plaats betoogd ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.