Einde inhoudsopgave
RvdW 1997, 106
HR, 18-04-1997, nr. 16274
HR 18-04-1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2349
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 april 1997
- Magistraten
Martens, Korthals Altes, Neleman, Herrmann, De Savornin Lohman
- Zaaknummer
16274
- Conclusie
A-G Vranken
- LJN
ZC2349
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht (V)
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1997:ZC2349, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑04‑1997
- Wetingang
BW art. 3:246; Rv art. 48
Essentie
Inning van in pand gegeven vordering door pandgever. Geen ambtshalve aanvulling feitelijk verweer; grenzen rechtsstrijd.
Samenvatting
Debiteur van in pand gegeven vordering weigert aan de pandgever te betalen met beroep op ontbreken toestemming pandhouder. Nu de pandgever ook nadat het pandrecht aan de schuldenaar is medegedeeld bevoegd blijft in rechte nakoming te eisen met toestemming van de pandhouder of machtiging van de kantonrechter en het Hof in het door de debiteur terzake gestelde niet heeft gelezen dat deze zich erop beriep dat van een dergelijke toestemming of machtiging geen sprake was en dat de crediteur daarom niet in haar ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.