Einde inhoudsopgave
RvdW 1997, 102
HR, 18-04-1997, nr. 8882
HR 18-04-1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2352
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 april 1997
- Magistraten
Roelvink, Neleman, Jansen
- Zaaknummer
8882
- Conclusie
A-G Koopmans
- LJN
ZC2352
- Vakgebied(en)
Bestuursprocesrecht / Hoger beroep
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Burgerlijk procesrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Bestuursprocesrecht / Administratief beroep
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Bestuursprocesrecht / Beroep
Bestuursprocesrecht / Bezwaar
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1997:ZC2352, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑04‑1997
- Wetingang
Essentie
Terugvordering bijstand. Cassatie; verplichte procesvertegenwoordiging; herstel verzuim.
Samenvatting
Verzoekster niet-ontvankelijk nu haar verzoekschrift niet door een advocaat is ingediend. Het bepaalde in art. 6:6 Awb leent zich niet voor overeenkomstige toepassing op het beroep in cassatie in zaken als de onderhavige. Het dwingende voorschrift van art. 426a lid 1 Rv laat geen uitzonderingen toe. Ook indien enige mededeling van de zijde van de griffier van de Hoge Raad tot misverstand aanleiding mocht hebben gegeven, zou zulks voormeld voorschrift niet terzijde kunnen stellen.
Partij(en)
R., te C., verzoekster tot cassatie, adv. mr M.D.B. S.,
tegen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.