NJ 1998, 31
Arubaanse zaak / vordering failliet uit onrechtmatige daad tegen curator die ten onrechte vorderingen zou hebben erkend / falende klachten in cassatie tegen oordeel Gemeenschappelijk Hof dat failliet voorlopig erkende vorderingen tijdens (voortgezette) verificatievergadering onvoldoende gemotiveerd heeft betwist / Arubaans procesrecht: taak appelrechter
HR 05-09-1997, ECLI:NL:PHR:1997:AD3321
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
5 september 1997
- Magistraten
Martens, Mijnssen, Neleman, Heemskerk, Herrmann
- Zaaknummer
8843
- Conclusie
A-G Hartkamp
- LJN
AD3321
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Insolventierecht / Faillissement
Burgerlijk procesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1997:AD3321, Uitspraak, Hoge Raad, 05‑09‑1997
ECLI:NL:PHR:1997:AD3321, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 05‑09‑1997
- Wetingang
Essentie
Arubaanse zaak. Vordering failliet uit onrechtmatige daad tegen de curator die ten onrechte vorderingen zou hebben erkend. Falende klachten in cassatie tegen het oordeel van het Gemeenschappelijk Hof dat de failliet de voorlopig erkende vorderingen tijdens de (voortgezette) verificatievergadering onvoldoende gemotiveerd heeft betwist. Arubaans procesrecht: taak appelrechter.
Samenvatting
Een voormalige failliet spreekt de curator (en diens waarnemer) aan uit onrechtmatige daad, met name stellende dat de curator ten onrechte (ter verificatie ingediende) vorderingen op de lijst van voorlopig erkende schuldvorderingen heeft geplaatst gezien de door de failliet naar voren gebrachte bezwaren en stellende dat de curator het faillissement ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.