Einde inhoudsopgave
RvdW 1997, 191
HR, 10-10-1997, nr. 8930
HR 10-10-1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2456
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 oktober 1997
- Magistraten
Roelvink, Heemskerk, Jansen
- Zaaknummer
8930
- Conclusie
A-G Vranken
- LJN
ZC2456
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1997:ZC2456, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑10‑1997
- Wetingang
Rv art. 426a
Essentie
Zuiver feitelijke klacht in cassatie die uitsluitend wordt toegelicht met algemene verwijzing naar de processtukken in eerdere instanties: het cassatiemiddel voldoet niet aan de daaraan te stellen eisen.
Samenvatting
Art. 426a lid 2 Rv geldende voor cassatieberoepen tegen beschikkingen op rekest, en luidende: ‘Het verzoekschrift behelst de omschrijving van de middelen waarop het beroep steunt’, strekt ertoe dat enerzijds eventuele verweerders uit het verzoekschrift moeten kunnen opmaken waartegen zij zich hebben te verdedigen en dat anderzijds de cassatierechter moet weten waarover zijn beslissing wordt gevraagd (HR 31 augustus 1981, NJ 1981, 615). Nu in cassatie de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.