Einde inhoudsopgave
RvdW 1997, 250
HR, 05-12-1997, nr. 16465: Triple P/Visser
HR 05-12-1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2521 (Triple P/Visser)
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
5 december 1997
- Magistraten
Roelvink, Mijnssen, Neleman, Heemskerk, De Savornin Lohman
- Zaaknummer
16465
- Conclusie
A-G Strikwerda
- LJN
ZC2521
- Roepnaam
Triple P/Visser
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Vermogensrecht (V)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Onrechtmatige daad
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1997:ZC2521, Uitspraak, Hoge Raad, 05‑12‑1997
- Wetingang
BW art. 1401 (oud); BW art. 1637x (oud); BW art. 6:162; BW art. 7:653
Essentie
Werkgeefster kan ingevolge art. 1637x (oud) BW aan concurrentiebeding geen rechten ontlenen omdat zij schadeplichtig is geworden wegens de wijze waarop de dienstbetrekking is geëindigd; dit enkele feit brengt echter niet mee dat ‘in sfeer’ concurrentiebeding liggende handelingen van voormalige werknemer geen onrechtmatige daad kunnen vormen.
Samenvatting
Een statutair directeur is op staande voet ontslagen. Dit ontslag en de zich daaromtrent afspelende gebeurtenissen hebben geleid tot (a) een vordering ter zake van ‘boete overtreding concurrentiebeding’, welke vordering is gegrond op de stelling dat een aantal handelingen (het Hof spreekt van ‘omstandigheden’) van de ontslagen werknemer dan wel een ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.