Einde inhoudsopgave
RvdW 1998, 60
Huurprijzenwet woonruimte; all-in huurprijs, matigingsbevoegdheid. Gezag van gewijsde.
HR 20-02-1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2593
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
20 februari 1998
- Magistraten
Roelvink, Heemskerk, Jansen
- Zaaknummer
16526
C97/005
- Conclusie
A-G Strikwerda
- LJN
ZC2593
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Huurrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1998:ZC2593, Uitspraak, Hoge Raad, 20‑02‑1998
- Wetingang
Essentie
Huurprijzenwet woonruimte; all-in huurprijs, matigingsbevoegdheid. Gezag van gewijsde.
Geen gezag van gewijsde nu beslissing rechter gebaseerd op de in art. 13 lid 3 (oud) HPW neergelegde wettelijke fictie niet kan gelden als een beslissing aangaande de rechtsbetrekking in geschil (vraag of sprake is van all-in prijs in de zin van art. 11a (oud) HPW). De enkele omstandigheid dat in eerdere procedure niet is opgekomen tegen standpunt Huurcommissie belet huurder niet een daarvan afwijkend standpunt in te nemen. Bij de uitoefening van matigingsbevoegdheid van art. 38 lid 2 HPW moeten alle omstandigheden van het geval in aanmerking ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.