NJ 1998, 547
Wet BOPZ; geen onjuiste rechtsopvatting omtrent stoornis geestvermogens en gevaar
HR 27-02-1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2597
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
27 februari 1998
- Magistraten
Snijders, Mijnssen, Heemskerk, Herrmann, De Savornin Lohman
- Zaaknummer
R98/012
- Conclusie
A-G Hartkamp
- LJN
ZC2597
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Materieel strafrecht / Sancties
Gezondheidsrecht / Algemeen
Openbare orde en veiligheid / Bijzondere onderwerpen
Personen- en familierecht / Bescherming meerderjarige
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1998:ZC2597, Uitspraak, Hoge Raad, 27‑02‑1998
- Wetingang
Essentie
Wet BOPZ; geen onjuiste rechtsopvatting omtrent stoornis geestvermogens en gevaar.
Samenvatting
Vordering tot verlenen voorlopige machtiging voor betrokkene voor wie geen plaats is in psychiatrisch ziekenhuis waarin hij op grondslag van art. 37 Sr had moeten verblijven en wiens vervangend verblijf in huis van bewaring na uitspraak in kort geding moest worden beëindigd. Rechtbank verwerpt beroep betrokkene dat sprake is van oneigenlijk gebruik van de mogelijkheden van de Wet BOPZ.
In casu geen onjuiste rechtsopvatting omtrent de stoornis van de geestvermogens en het vereiste gevaar (zie arrest r.o. 3.4).
Partij(en)
B., te Z., verzoeker ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.