Einde inhoudsopgave
RvdW 1998, 71
Terugvordering bijstand. Aanvang appeltermijn art. 66 (oud) ABW.
HR 20-03-1998, ECLI:NL:PHR:1998:ZC2612
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
20 maart 1998
- Magistraten
Roelvink, Heemskerk, Jansen
- Zaaknummer
8978
R97/043
- Conclusie
A-G De Vries Lentsch-Kostense
- LJN
ZC2612
- Vakgebied(en)
Sociale zekerheid algemeen / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1998:ZC2612, Uitspraak, Hoge Raad, 20‑03‑1998
ECLI:NL:PHR:1998:ZC2612, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 20‑03‑1998
- Wetingang
Essentie
Terugvordering bijstand. Aanvang appeltermijn art. 66 (oud) ABW.
Toezending aan gemachtigde geldt evenals toezending aan procureur als toezending aan betrokkene zelf; deponering in postvak dat door gerecht wordt aangehouden geldt als ‘verzending’ voor bepaling aanvang appeltermijn van art. 66 (oud) ABW.
Samenvatting
Terugvordering bijstand onder oude recht dat voorziet in een appeltermijn van vier weken en dat tevens voorschrijft dat de beschikking van de kantonrechter aangetekend naar partijen moet worden verzonden (art. 67 (oud) ABW). Beroepschrift wordt ingediend meer dan vier weken nadat beschikking kantonrechter door griffier van het kantongerecht is gedeponeerd in de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.