Einde inhoudsopgave
RvdW 1998, 192
Bedrijfspensioenfonds; vrijstelling van verplichte deelneming en fusie.
HR 23-10-1998, ECLI:NL:PHR:1998:ZC2750
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
23 oktober 1998
- Magistraten
Martens, Korthals Altes, Heemskerk, Herrmann, Van der Putt-Lauwers
- Zaaknummer
16650
C97/129HR
- Conclusie
A-G Langemeijer
- LJN
ZC2750
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Verzekeringsrecht / Pensioenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1998:ZC2750, Uitspraak, Hoge Raad, 23‑10‑1998
ECLI:NL:PHR:1998:ZC2750, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 23‑10‑1998
- Wetingang
BW art. 2:309; Wet BPF art. 3; Wet BPF art. 5
Essentie
Bedrijfspensioenfonds; vrijstelling van verplichte deelneming en fusie.
Indien twee ondernemingen aan wie op de voet van art. 5 lid 3 WBPF collectieve vrijstelling was verleend, ten gevolge van een of meer fusies ophouden te bestaan terwijl hun ondernemingen worden voortgezet door de verkrijgende rechtspersoon die geen ander personeel in dienst heeft en de collectieve bijzondere pensioenvoorziening wordt voortgezet door één levensverzekeraar, mag de verkrijgende rechtspersoon zich beroepen op de verplichte, collectieve vrijstellingen.
Samenvatting
In geschil is de vraag of de op de voet van art. 5 WBPF verleende (verplichte) vrijstelling van deelneming in een bedrijfspensioenfonds wegens een collectieve bijzondere pensioenvoorziening, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.